Projet Nudité

Lichaamsschaamte en walging - wezenlijk menselijke gevoelens

Mevr. Dr. Christine Pernlochner-Kügler is filosofe en psychologe, en haar dissertatie is afkomstig uit het gebied van de antropologische filosofie, en filosofie van de psychologie. In april 2004 verscheen haar dissertatie als boek: Körperscham und Ekel - wesentlich menschliche Gefühle (Lichaamsschaamte en walging - wezenlijk menselijke gevoelens). Zij stuurde mij een email met een door haar geschreven uittreksel van enkele pagina's uit haar boek. Ik vroeg haar, of ik het uittreksel op mijn website mocht plaatsen, en zij ging daarmee accoord. De hoofdstukindeling is van mij [Victor van Dijk]. Daarnaast heb ik haar motivatie voor het dissertatie-onderwerp op de huidige webpagina weergegeven.

cover

Motivatie

"Vanuit mijn hoedanigheid als docent op het Opleidingsinstituut West voor medische beroepen, TILAK (Tiroler Landeskrankenanstalten) Innsbruck, deed de vraag zich voor, hoe mensen in medische beroepen met schaamtegevoelens en gevoelens van walging omgaan, en hoe een gezonde omgang met deze gevoelens er uit kan zien. Overeenkomstig hun ervaring neigen vrouwelijke doktoren en verpleegsters ertoe om deze negatieve gevoelens kwijt te willen raken. Het doel van de dissertatie was, te onderzoeken of deze gevoelens in principe "af te leren" of "af te wennen" zijn, met andere woorden, of mensen in medische beroepen deze gevoelens daadwerkelijk "kwijt kunnen raken", of dat zij voor de mens een essentiële functie hebben. Wanneer schaamte en walging tot het wezen van de mens behoren, en wanneer zij een belangrijke functie hebben, dan is het willen ontkennen, afleren, of verdringen van deze gevoelens zinloos, zelfs onverstandig."

naar boven

+Uittreksel door de autrice uit 150 pagina's van haar boek

+Het ontstaan en de universaliteit van het schaamtegevoel

"Ik heb mij in mijn boek zeer uitvoerig met het ontstaan en de universaliteit van het schaamtegevoel beziggehouden. Seksualiteit en paargedrag zijn hierbij tamelijk belangrijk, maar dat kan toch niet alles zijn, omdat anders dieren zich ook moeten schamen. Ten behoeve van het schaamtegevoel zijn er neurologische omstandigheden in de prefrontale cortex aanwezig, die - wanneer dit hersengebied door ziekte of door een ongeval niet meer in staat is te functioneren - ertoe leiden, dat de mens schaamte (ook lichaamsschaamte) verliest en daardoor niet langer in staat is, zich sociaal te gedragen. Hier is dus doorgaans sprake van een hersenorganische aanleg. Belangrijk lijkt het mij, dat wij ons vooral voor die lichaamsdelen schamen, die met uitscheiding en afscheiding te maken hebben, hetgeen ons dus "smerig" lijkt. Deze zaken verbergen wij voor de anderen. Dit verbergen van "walgelijke" lichaamsgebieden en lichaamsfuncties is eveneens universeel."

naar boven

+Intelligentie

"Verder zijn voor het schaamtegevoel een aantal dingen noodzakelijk, die met intelligentie te maken hebben: Het vermogen tot zelfreflectie, de auto-evaluatie, de kennis van sociale normen en conventies, het vermogen om een onderscheid te maken tussen lichaam en geest (ik voel mij in de eerste plaats als iets onstoffelijks, waartoe ook een lichaam behoort dat door anderen gezien wordt. Ik, als onstoffelijk wezen, kan mijzelf, mijn lichaam, tot object maken en mij en mijn lichaam evalueren.) Dieren hebben deze vermogens niet, zij hebben daardoor geen mogelijkheid tot evaluatieve zelfreflectie en ook niet tot schaamtegevoel."

naar boven

+Een publiek voor schaamte

"En zeer belangrijk in verband met het schaamtegevoel is ook, dat het alleen dan optreedt, als ik weet dat ik door iemand anders gezien wordt. Zonder de "blik van de anderen" is er ook geen schaamtegevoel. Inzoverre is het natuurlijk weer erg van het sociale afhankelijk. Wat mij ook belangrijk lijkt, is dat schaamte, ook lichaamsschaamte, vooral optreedt voor zwakte, gebrek, vuiligheid, en statusverlies. De naakte voelt zich tegenover de geklede meestal "zwakker", daardoor levert hij status in. Wanner het lichaam als gebrekkig of als schandelijk ervaren wordtm leidt dat bovendien tot schaamtegevoelens die ervoor zorgen, dat het als schandelijk ervarene verborgen wordt. Aangezien uitscheidingsorganen en geslachtsorganen met excrementen en afscheidingen te maken hebben, lijken ze ons bovendien "smerig" en daardoor in zekere zin ook schandelijk, waardoor ze liever verborgen worden. Deze lichaamsgebieden zijn echter ook zwak omdat zij zeer gevoelig, kwetsbaar en bovendien ook nog zeer belangrijk voor de voortplanting zijn."

naar boven

+Seksualiteit en schaamte

"Dat Schaamte echter vooral de seksualiteit en het samenleven van mensen reguleert, staat zeker centraal. Joachim Illies (1976) denkt ook, dat door de permanente Paringstijd van de mensen de schaamte hier ook de functie van een regulering heeft, zodat seksualiteit "beperkter", en niet de hele tijd overal plaatsvindt. Het ontstaan van het schaamtegevoel beschouw ik als een rijpingsproces. Wij hebben een plan die dat mogelijk maakt. Bovendien zijn echter voor de ontwikkeling van het schaamtegevoel mensen noodzakelijk, aangezien wij ons alleen dan schamen, als wij weten dat wij door een ander geëvalueerd en gezien worden. Omdat wij mensen echter sociale wezens zijn, die andere mensen nodig hebben om te leven, en wij bovendien "intelligent" zijn, ontwikkelen wij noodzakelijkerwijze ook het schaamtegevoel."

naar boven

"Genauer ist das alles nachzulesen in meinem Buch".cover


Download: Fast, Fun, Awesome